Interview door Huibert van der Meer voor het blad Digifotopro - juli 2009.
Frank Penders (1982), geboren en nog steeds woonachtig in Gouda, studeerde in juni 2008 af aan de KABK te Den Haag. Zijn werk is overwegend documentair. Zowel de mens als de omgeving worden nauwlettend vastgelegd. Dit voorziet zijn beelden van een soort dubbele betekenislaag. Zelf zegt hij over zijn platen het volgende: ‘Enerzijds maak ik beschouwende, met rust geobserveerde en uitgekiende beelden waarin naar een essentie wordt gewerkt en anderzijds emotionele, op reflex geschoten beelden waarin naar een grote intensiteit wordt gewerkt.’
Simpelweg kun je stellen dat op de foto’s van Penders zowel de mens als de ruimte waarin die mens zich bevindt, onderwerp van zijn compositie zijn. De fotograaf heeft dan ook een buitengewone interesse in ruimte. Dit heeft alles te maken met zijn achtergrond, hij studeerde bouwkunde. Het was tijdens zijn stage in India voor deze studie dat hij besloot om totaal voor de fotografie te gaan. Een belangrijke inspiratie voor zijn interesse in ruimte vond hij in het werk van de Belgische Renaat Braem. Dit is een architect die architectuur centraal stelt in het leven. ‘Alles dat ons omringt is architectuur. "Van de geboorte tot de dood, alles geschiedt in een ontworpen en gebouwde ruimte...’
Identiteit en ruimte
Het is dit specifieke oog voor de ruimte, waardoor Frank, die graag dicht op de huid van mensen fotografeert, steeds vaker tot het besluit komt om de achtergrond de voorgrond te laten worden van zijn beeld. ‘Want de architectuur die wij creëren is de architectuur die ons vervolgens weer creëert. Het vertelt zoveel over ons…’ Frank heeft zichzelf als fotograaf niet het minste tot doel gesteld, hij wil laten zien dat onze identiteit als maatschappij voor een groot gedeelte versleuteld ligt in de ruimte waarin wij leven.
Emotionele benadering
Mocht dit allemaal wat al te wetenschappelijk klinken, zijn passie en zijn benadering van de fotografie zijn verre van dat. De emotionele en op reflex geschoten beelden hebben gevoelsmatig toch zijn voorkeur. En omdat fotograferen toch ook een stuk interactie is met je onderwerpen, maakt ook Frank Penders herkenbare worstelingen door. ‘Het sterke emotionele beeld kan ik alleen écht maken wanneer ik me ergens geaccepteerd voel. Zo niet dan stel ik mezelf de vraag of die mensen wel gefotografeerd willen worden en voel ik me niet vrij. Met het stellen van die vraag had ik de foto natuurlijk al 10x moeten maken. Dit is een vraagstuk naar mijn plek als fotograaf, heel boeiend! Als ik me ergens wel gewenst voel, kan ik helemaal opgaan in de situatie/ plek en onbelemmerd mijn reflexen hun gang laten gaan. Antennes aanzetten en fotograferen maar. Wat ik met het sterke emotionele beeld wil laten zien is een stukje intensiteit, leven, emotie van dat moment zodat het herleefd kan worden in de foto. Uiteraard komt daar per serie een heel eigen verhaal bij.
Zelfstandig fotograaf
Hij koos voor de Haagse Kunstacademie op zijn gevoel, maar ook vanwege de goede reputatie van de opleiding. ‘Er wordt meer dan redelijk aandacht besteed aan techniek. Bovendien is techniek een aspect van het fotograferen dat je goed zelf kunt uitzoeken. Voor je beeldende ontwikkeling is een kunstacademie natuurlijk wel een uitermate geschikte plek.’
Sinds een jaar werkt hij nu als zelfstandig fotograaf en het gaat erg lekker. Onlangs stond er van hem een serie in Volkskrant Magazine en op een groot aantal andere opdrachten blikt hij ook met plezier en tevredenheid terug. De fotografie beantwoordt nog steeds zijn nieuwsgierigheid naar het leven, naar de wereld, naar de kleine dingen en het grote. ‘Maar vooral de kleine dingen. Details die bijvoorbeeld door Hans Aarsman zo geweldig beschreven worden.’ Alles en iedereen moet wijken voor de fotografie, hij gaat er 150% voor. Maar hij zegt wel dat hij niet verblind is door ambitie. Als alles wijkt, dan wel op een respectvolle manier. Maar hij weigert concessies te maken, heeft zijn leven zo ingericht om zijn doelen te verwezenlijken.
StreetStarsFrank Penders (1982), geboren en nog steeds woonachtig in Gouda, studeerde in juni 2008 af aan de KABK te Den Haag. Zijn werk is overwegend documentair. Zowel de mens als de omgeving worden nauwlettend vastgelegd. Dit voorziet zijn beelden van een soort dubbele betekenislaag. Zelf zegt hij over zijn platen het volgende: ‘Enerzijds maak ik beschouwende, met rust geobserveerde en uitgekiende beelden waarin naar een essentie wordt gewerkt en anderzijds emotionele, op reflex geschoten beelden waarin naar een grote intensiteit wordt gewerkt.’
Simpelweg kun je stellen dat op de foto’s van Penders zowel de mens als de ruimte waarin die mens zich bevindt, onderwerp van zijn compositie zijn. De fotograaf heeft dan ook een buitengewone interesse in ruimte. Dit heeft alles te maken met zijn achtergrond, hij studeerde bouwkunde. Het was tijdens zijn stage in India voor deze studie dat hij besloot om totaal voor de fotografie te gaan. Een belangrijke inspiratie voor zijn interesse in ruimte vond hij in het werk van de Belgische Renaat Braem. Dit is een architect die architectuur centraal stelt in het leven. ‘Alles dat ons omringt is architectuur. "Van de geboorte tot de dood, alles geschiedt in een ontworpen en gebouwde ruimte...’
Identiteit en ruimte
Het is dit specifieke oog voor de ruimte, waardoor Frank, die graag dicht op de huid van mensen fotografeert, steeds vaker tot het besluit komt om de achtergrond de voorgrond te laten worden van zijn beeld. ‘Want de architectuur die wij creëren is de architectuur die ons vervolgens weer creëert. Het vertelt zoveel over ons…’ Frank heeft zichzelf als fotograaf niet het minste tot doel gesteld, hij wil laten zien dat onze identiteit als maatschappij voor een groot gedeelte versleuteld ligt in de ruimte waarin wij leven.
Emotionele benadering
Mocht dit allemaal wat al te wetenschappelijk klinken, zijn passie en zijn benadering van de fotografie zijn verre van dat. De emotionele en op reflex geschoten beelden hebben gevoelsmatig toch zijn voorkeur. En omdat fotograferen toch ook een stuk interactie is met je onderwerpen, maakt ook Frank Penders herkenbare worstelingen door. ‘Het sterke emotionele beeld kan ik alleen écht maken wanneer ik me ergens geaccepteerd voel. Zo niet dan stel ik mezelf de vraag of die mensen wel gefotografeerd willen worden en voel ik me niet vrij. Met het stellen van die vraag had ik de foto natuurlijk al 10x moeten maken. Dit is een vraagstuk naar mijn plek als fotograaf, heel boeiend! Als ik me ergens wel gewenst voel, kan ik helemaal opgaan in de situatie/ plek en onbelemmerd mijn reflexen hun gang laten gaan. Antennes aanzetten en fotograferen maar. Wat ik met het sterke emotionele beeld wil laten zien is een stukje intensiteit, leven, emotie van dat moment zodat het herleefd kan worden in de foto. Uiteraard komt daar per serie een heel eigen verhaal bij.
Zelfstandig fotograaf
Hij koos voor de Haagse Kunstacademie op zijn gevoel, maar ook vanwege de goede reputatie van de opleiding. ‘Er wordt meer dan redelijk aandacht besteed aan techniek. Bovendien is techniek een aspect van het fotograferen dat je goed zelf kunt uitzoeken. Voor je beeldende ontwikkeling is een kunstacademie natuurlijk wel een uitermate geschikte plek.’
Sinds een jaar werkt hij nu als zelfstandig fotograaf en het gaat erg lekker. Onlangs stond er van hem een serie in Volkskrant Magazine en op een groot aantal andere opdrachten blikt hij ook met plezier en tevredenheid terug. De fotografie beantwoordt nog steeds zijn nieuwsgierigheid naar het leven, naar de wereld, naar de kleine dingen en het grote. ‘Maar vooral de kleine dingen. Details die bijvoorbeeld door Hans Aarsman zo geweldig beschreven worden.’ Alles en iedereen moet wijken voor de fotografie, hij gaat er 150% voor. Maar hij zegt wel dat hij niet verblind is door ambitie. Als alles wijkt, dan wel op een respectvolle manier. Maar hij weigert concessies te maken, heeft zijn leven zo ingericht om zijn doelen te verwezenlijken.
< 1 2 3 4 5 >
Tijdens Breda Barst (19-20 september 09) wordt het StreetStars project van SP Rood Breda gelanceerd. Doel van het StreetStars project is de maatschappij te laten zien dat jonge mensen met een verleden van dakloosheid (of een heden) niet in een hokje te plaatsen zijn. Het gaat uiteindelijk om allerlei soorten jonge mensen met wensen, doelen en talenten zoals iedereen. In deze samenleving is het helaas nog niet zo dat dit door iedereen opgemerkt wordt. En daar willen wij met zijn allen verandering in brengen. SP Rood Breda blog
Objet trouvé
< 1 >
Een foto uit de oude doos die me in beweging heeft gezet. Anders dan alle andere foto's die ik ooit heb gemaakt, een "objet trouvé". Ik besloot onlangs deze foto te willen printen dus moest ik op zoek naar een negatief van een jaar of 4 oud. Ik weet zeker dat ik al mijn negatieven terug kan vinden, gestructureerd en netjes opgeslagen in mijn negatiefmappen. Mooi met labeltjes waar een aantal wie, wat, waar, wanneer annotaties op staan. Maar dit negatief, van deze voor mij uitzonderlijke foto kan ik niet vinden. Na een zoektocht van een middag nog steeds nul op het rekest. Mateloos irritant want de scan die ik heb is niet afdoende voor een goede print. Tevens voelt het als een falen want mijn werk op de juiste manier archiveren en beheren is een essentieel onderdeel van mijn verzameldrift als fotograaf. Ik zal nogmaals een zoekpoging wagen, door dezelfde mappen heen bladeren waar ik al doorheen heb gebladerd. Ik zal andere foto's tegenkomen, foto's die ik me anders niet meer had herinnerd. Foto's die me hopelijk weer inspireren, die me een blik van toen terug geven. Zo zal het wellicht niet voor niets zijn, dat ik mijn negatief niet kan vinden. Overigens blijft het "objet trouvé" door mijn hoofd spoken. Een gevonden object gefotografeerd en vervolgens de foto weer kwijtgeraakt. Met een slechte scan als herinnering, net zoals er waarschijnlijk iemand is die een herinnering heeft aan een frustrerend moment waarbij zijn kettingkast stuk op zijn ketting liep en hem uit boosheid de bosjes in heeft gesmeten. Klaar voor mij om te vinden, maar wie vind mijn negatief?
Parijs - 2005
< 1 >
De eerste drie en een half jaar van mijn studie fotografie heb ik bijna alleen maar mensen gefotografeerd. Pas met mijn afstuderen in 2008 heb ik mijn camera en blik daadwerkelijk op "ruimte" gericht. Deze foto heb ik echter in 2005 gemaakt en heeft precies het gevoel van ironie, compositie, en ruimte zoals ik dat tijdens mijn afstuderen ook heb bereikt. Het gaat vanzelf, het is mijn oorsprongkelijke blik denk ik, die ik altijd al heb. Heerlijk vind ik het, ik hoef er ook geen moeite voor te doen. Ik loop een beetje rond en klik. Nu (2009) ben ik bezig met de research voor mijn nieuwe project, het zal dit maal over Nederland gaan. Over onze ruimte. Ik denk genoeg gezien te hebben om eindelijk naar mijn eigen land te kunnen kijken en onze ruimte beetje bij beetje bloot te kunnen leggen. Ik benoem wat ik zie en dat geeft me een kader/ blik om onze ruimte vanuit te bekijken. Dan gaat er opeens van alles opvallen, ook weer heerlijk, zo hoef ik me nooit te vervelen als ik buiten rond zwerf.
Monument - 2007
Frank over Deleuze over Bacon over fotografie
Na een serie teksten en lessen voortkomend uit het vak filosofie verschijnt er hier een monument. Voortkomend uit een rizoom van invloeden waaraan ik ben blootgesteld. Bewust en onbewust. Alles waar mijn oog op is gevallen en mijn gedachten over zijn gegaan kwam grotendeels weer bij elkaar bij de laatste tekst van de syllabus: The Painting before the Painting ...
Hoe een canvas zich al gevuld heeft alvorens de verf is aangeraakt. Hoe een cliché altijd verkeerd afloopt en de werkelijke wereld onaanraakbaar is in zijn “appleyness”.
Met fotografie als mijn bakermat en passie is het eerste wat ik doe het woord Painting vervangen door foto. De Foto alvorens te Fotograferen. Hoe een foto al gemaakt is alvorens het negatief het licht heeft gezien. Een interessante gedachte, kan het een ingewisseld worden door het ander.
Het eerste wat ik hierin duidelijk wil maken is het volgende. Het gonst overal over de waarde van fotografie in de beeldende kunsten. Frits Gierstberg en Ruud Visschedijk zeggen het volgende over fotografie: “noem het alsjeblieft geen kunst” ... “fotografie is een medium, een middel, dat binnen de meest uiteenlopende beroepen en praktijken wordt gebruikt, van wetenschap tot de journalistiek, van de reclame tot het onderwijs en van het privé-fotoalbum tot ... inderdaad: de beeldende kunst”.
Anita Twaalfhoven en Truus Gubbels schrijven er het volgende over:
Al in 1861, een kleine veertig jaar nadat Niépce de eerste 'foto' maakte door de beelden van een camera obscura op platen van metaal en glas vast te leggen, speelde een rechtszaak rond de vraag of fotografie slechts een wetenschappelijk procédé was om zaken visueel te documenteren of een vorm van kunst. De rechter was zijn tijd vooruit en bepaalde dat 'foto's de vrucht zouden kunnen zijn van menselijk denken en geest, van kunstzinnige smaak of intelligentie, het stempel van een persoonlijkheid zouden kunnen dragen en daarmee tot kunstwerken worden”.
Dit is voor mij genoeg. Alle kunstvormen hebben hun eigen kwaliteit. Alle vormen kunnen al dan niet figuratief zijn. Van beeldhouwen tot schilderen tot mozaïek tot muziek, tot fotografie. Net zoals schilderen niet per definitie tot kunst leidt, leidt fotograferen ook niet per definitie tot kunst. Hier liggen andere criteria aan ten grondslag.
Toch is de strijd daar. De uitvinding van de fotografie heeft geleid tot een verrijking binnen de schilder kunst. Fotografie en schilderkunst zijn met elkaar verbonden. Een vergelijking tussen beide is dus ook onvermijdelijk en al vaak gemaakt. Appels met peren vergelijken, een tak van de filosofie waar al een hoop papier mee gevuld is. En dit bedoel ik niet negatief want het is een zeer creatieve manier om tot de kern van iets te komen. Alle eigenschappen van de te vergelijken objecten komen naar voren. Je leert beide kennen en komt tot de punten waarin ze met elkaar verzoenen en waar niet. Tevens kom je tot de mogendheden en onmogendheden van beiden.
In dit geval nog steeds de schilder-kunst en zoals ik het nu vernoem, de foto-kunst. Deleuze is geboeid door Bacon en komt tot de conclusie dat fotografie te oppervlakkig blijft. Het figuratieve is een gegeven dat niet door de maker getransformeerd hoeft te worden tot iets wat op een doek kan komen. Een gegeven waar geen geest van de kunt-fotograaf in zit. Bij het lezen van deze tussentijdse conclusie (de tekst gaat over het geheel gezien over The Painting before the Painting) komt bij mij de realisatie dat de schilderkunst wordt vergeleken met de kunst-fotografie, en niet andersom. Ik betrap hier de auteur van een zeer eenzijdige blik. De unieke eigenschappen van de schilderkunst laten de kunst-fotografie natuurlijk in zijn hemd staan, totdat de unieke eigenschappen van de fotografie tevens in de strijd worden gegooid. Het gevoel van een waardeoordeel is nu nabij, en een waardeoordeel bij het vergelijken van appels met peren is volkomen nutteloos en daarmee verspilling van papier. Totaal irrelevant om het een te verheffen boven het ander door tot het een meer diepgang toe te kennen dan aan het ander. Dit is subjectief, zoals ik appels lekkerder vind als peren want appels zijn verboden vruchten.
Verzand in een vergelijking met een waardeoordeel op de loer komt de verwarring er ook nog bij. Wat ik hier wil doen is de vergelijking tussen schilderkunst en fotografie-kunst zoals gemaakt in de tekst van Deleuze aanvullen (en zeker niet aanvallen). En dan met name aan de kant van de de fotografie-kunst.
Het is een kwaliteit van de schilderkunst dat het figuratieve voortkomt uit de schilder en niet een object is, geregistreerd door een fotograaf en als zodanig vastgelegd (dit is voor mij in een zin de samenvatting van de tekst van Deleuze “The Painting before Painting”). Om hier op in te haken en terug te komen op de essentie van de tekst van Deleuze, De Foto alvorens te Fotograferen levert een heel ander spanningsveld op als bij de schilderkunst. Het is juist de connectie tussen de non-fictieve wereld waaruit het figuratieve object komt en de fictieve wereld waarin het geplaatst is door de fotograaf die een zeer diepgaand spanningsveld kan opleveren. Het aanraakbare van het letterlijk aanwezige in een tweedimensionale foto. Een voorbeeld, Jeff Wall. Geënsceneerde fotografie bij uitstek (met dank aan de hokjesgeest). Jeff Wall maakt een wereld binnen de wereld die hij met fotografische technieken vastlegt tot een wederom nieuwe wereld. Zijn ensceneringen zijn tastbaar geweest, raken de werkelijkheid aan en zijn ook in die vorm daadwerkelijk aanwezig geweest. Zoals een schrijver zijn verhaal vertelt doet Jeff Wall dat ook. Een schilder vult het doek alvorens de verf aan te geraken en een fotograaf als Jeff Wall vult de non-fictieve wereld met fictie alvorens de foto te maken. Het is de relatie tussen het fictieve en het non-fictieve die de diepte in het werk brengt. De discussie over wat toeval is en wat niet (te vergelijken met “Free marks” van Bacon (pag. 93 The Painting before Painting)). Wat geregisseerd is en wat niet. De essentie van zijn werk dat een maatschappelijk gerelateerd onderwerp aanraakt wordt sterker door de connectie die fotografie heeft met het fenomeen waarheid. Juist dit figuratieve van de fotografie dat puur blijft vanuit de origine van de objecten komt tot het tastbare der objecten en daarmee het gevoel van waarheid. Deleuze schrijft het volgende over virtual en reality (non-fictief en fictief):
The reality of the virtual is structure. We must avoid giving the elements and relations wich form a structure an actuality which they do not have, and withdrawing from them a reality which they have. We have seen that double process of reciprocal determination and complete determination defined that reality: far from being undetermined, the virtual is completely determind.
Dat wat Deleuze zegt dat voorkomen moet worden is waar de fotografie van Jeff Wall interessant wordt. Het virtuele is bepaald en daarmee onderdeel van de realiteit geworden. Zo kan dit ook met de termen fictief en non-fictief. Het fictieve is bepaald en daarmee non-fictief geworden.
Betreffende de cliché binnen de schilderkunst waar het doek zich al mee vult alvorens met schilderen te beginnen licht daar binnen de fotografie een andere maatstaf aan ten grondslag. Ook al heeft de schilderkunst een lange geschiedenis het is op geen manier te vergelijken met de immense hoeveelheid fotografie waardoor wij omringd worden vandaag de dag. Al deze beelden komen aan de fotograaf voorbij alvorens hij zijn foto ook maar in gedachten neemt. Dit inclusief de clichés die uit de schilderkunst voortkomen. De strijd om binnen de fotografie los te komen van het cliché heeft daardoor ook een andere intensiteit als in de schilderkunst. Het kunstje van het omvormen van het figuratieve om een nieuwe figuratie te recreëren en daarmee niet iets te laten lijken op maar iets nieuws te creëren gaat voor fotografie niet op. Dit is een van de uitdagingen en manieren binnen de schilderkunst om aan het cliché te ontsnappen. Binnen de fotografie kan ook door middel van het spel met het figuratieve los gekomen worden van het cliché. En wel door de wat ik hierboven al heb beschreven: het figuratieve binnen de fotografie dat puur blijft vanuit de origine van de objecten komt tot het tastbare der objecten en daarmee het gevoel van waarheid. Dit gevoel van waarheid kan een uniciteit geven aan ieder beeld want iedereen gelooft wederom in zijn eigen waarheden en raakt hiermee een universum van herkenning binnen de eigen wereld aan. Eigen ervaringen, momenten, gevoelens, sferen enz. Deze aanrakingen kunnen binnen de fotografie realistischer zijn (gevoel van waarheid) en daarmee dichter bij de beschouwer staan dan binnen de schilderkunst waar het figuratieve dusdanig subjectief kan worden dat het de herkenning in de weg staat.
Oftewel, the act of photography is always shifting, it is constantly oscillating between a beforehand and a afterward: the feeling of truth inside the figurative.... Everything is already inside the camera, and in the photographer himself, before the photography begins. Hence the work of the photographer is shifted back and only comes later, afterward: through reality, out of which the Figure wille emerge into the feeling of truth....
Hoe een canvas zich al gevuld heeft alvorens de verf is aangeraakt. Hoe een cliché altijd verkeerd afloopt en de werkelijke wereld onaanraakbaar is in zijn “appleyness”.
Met fotografie als mijn bakermat en passie is het eerste wat ik doe het woord Painting vervangen door foto. De Foto alvorens te Fotograferen. Hoe een foto al gemaakt is alvorens het negatief het licht heeft gezien. Een interessante gedachte, kan het een ingewisseld worden door het ander.
Het eerste wat ik hierin duidelijk wil maken is het volgende. Het gonst overal over de waarde van fotografie in de beeldende kunsten. Frits Gierstberg en Ruud Visschedijk zeggen het volgende over fotografie: “noem het alsjeblieft geen kunst” ... “fotografie is een medium, een middel, dat binnen de meest uiteenlopende beroepen en praktijken wordt gebruikt, van wetenschap tot de journalistiek, van de reclame tot het onderwijs en van het privé-fotoalbum tot ... inderdaad: de beeldende kunst”.
Anita Twaalfhoven en Truus Gubbels schrijven er het volgende over:
Al in 1861, een kleine veertig jaar nadat Niépce de eerste 'foto' maakte door de beelden van een camera obscura op platen van metaal en glas vast te leggen, speelde een rechtszaak rond de vraag of fotografie slechts een wetenschappelijk procédé was om zaken visueel te documenteren of een vorm van kunst. De rechter was zijn tijd vooruit en bepaalde dat 'foto's de vrucht zouden kunnen zijn van menselijk denken en geest, van kunstzinnige smaak of intelligentie, het stempel van een persoonlijkheid zouden kunnen dragen en daarmee tot kunstwerken worden”.
Dit is voor mij genoeg. Alle kunstvormen hebben hun eigen kwaliteit. Alle vormen kunnen al dan niet figuratief zijn. Van beeldhouwen tot schilderen tot mozaïek tot muziek, tot fotografie. Net zoals schilderen niet per definitie tot kunst leidt, leidt fotograferen ook niet per definitie tot kunst. Hier liggen andere criteria aan ten grondslag.
Toch is de strijd daar. De uitvinding van de fotografie heeft geleid tot een verrijking binnen de schilder kunst. Fotografie en schilderkunst zijn met elkaar verbonden. Een vergelijking tussen beide is dus ook onvermijdelijk en al vaak gemaakt. Appels met peren vergelijken, een tak van de filosofie waar al een hoop papier mee gevuld is. En dit bedoel ik niet negatief want het is een zeer creatieve manier om tot de kern van iets te komen. Alle eigenschappen van de te vergelijken objecten komen naar voren. Je leert beide kennen en komt tot de punten waarin ze met elkaar verzoenen en waar niet. Tevens kom je tot de mogendheden en onmogendheden van beiden.
In dit geval nog steeds de schilder-kunst en zoals ik het nu vernoem, de foto-kunst. Deleuze is geboeid door Bacon en komt tot de conclusie dat fotografie te oppervlakkig blijft. Het figuratieve is een gegeven dat niet door de maker getransformeerd hoeft te worden tot iets wat op een doek kan komen. Een gegeven waar geen geest van de kunt-fotograaf in zit. Bij het lezen van deze tussentijdse conclusie (de tekst gaat over het geheel gezien over The Painting before the Painting) komt bij mij de realisatie dat de schilderkunst wordt vergeleken met de kunst-fotografie, en niet andersom. Ik betrap hier de auteur van een zeer eenzijdige blik. De unieke eigenschappen van de schilderkunst laten de kunst-fotografie natuurlijk in zijn hemd staan, totdat de unieke eigenschappen van de fotografie tevens in de strijd worden gegooid. Het gevoel van een waardeoordeel is nu nabij, en een waardeoordeel bij het vergelijken van appels met peren is volkomen nutteloos en daarmee verspilling van papier. Totaal irrelevant om het een te verheffen boven het ander door tot het een meer diepgang toe te kennen dan aan het ander. Dit is subjectief, zoals ik appels lekkerder vind als peren want appels zijn verboden vruchten.
Verzand in een vergelijking met een waardeoordeel op de loer komt de verwarring er ook nog bij. Wat ik hier wil doen is de vergelijking tussen schilderkunst en fotografie-kunst zoals gemaakt in de tekst van Deleuze aanvullen (en zeker niet aanvallen). En dan met name aan de kant van de de fotografie-kunst.
Het is een kwaliteit van de schilderkunst dat het figuratieve voortkomt uit de schilder en niet een object is, geregistreerd door een fotograaf en als zodanig vastgelegd (dit is voor mij in een zin de samenvatting van de tekst van Deleuze “The Painting before Painting”). Om hier op in te haken en terug te komen op de essentie van de tekst van Deleuze, De Foto alvorens te Fotograferen levert een heel ander spanningsveld op als bij de schilderkunst. Het is juist de connectie tussen de non-fictieve wereld waaruit het figuratieve object komt en de fictieve wereld waarin het geplaatst is door de fotograaf die een zeer diepgaand spanningsveld kan opleveren. Het aanraakbare van het letterlijk aanwezige in een tweedimensionale foto. Een voorbeeld, Jeff Wall. Geënsceneerde fotografie bij uitstek (met dank aan de hokjesgeest). Jeff Wall maakt een wereld binnen de wereld die hij met fotografische technieken vastlegt tot een wederom nieuwe wereld. Zijn ensceneringen zijn tastbaar geweest, raken de werkelijkheid aan en zijn ook in die vorm daadwerkelijk aanwezig geweest. Zoals een schrijver zijn verhaal vertelt doet Jeff Wall dat ook. Een schilder vult het doek alvorens de verf aan te geraken en een fotograaf als Jeff Wall vult de non-fictieve wereld met fictie alvorens de foto te maken. Het is de relatie tussen het fictieve en het non-fictieve die de diepte in het werk brengt. De discussie over wat toeval is en wat niet (te vergelijken met “Free marks” van Bacon (pag. 93 The Painting before Painting)). Wat geregisseerd is en wat niet. De essentie van zijn werk dat een maatschappelijk gerelateerd onderwerp aanraakt wordt sterker door de connectie die fotografie heeft met het fenomeen waarheid. Juist dit figuratieve van de fotografie dat puur blijft vanuit de origine van de objecten komt tot het tastbare der objecten en daarmee het gevoel van waarheid. Deleuze schrijft het volgende over virtual en reality (non-fictief en fictief):
The reality of the virtual is structure. We must avoid giving the elements and relations wich form a structure an actuality which they do not have, and withdrawing from them a reality which they have. We have seen that double process of reciprocal determination and complete determination defined that reality: far from being undetermined, the virtual is completely determind.
Dat wat Deleuze zegt dat voorkomen moet worden is waar de fotografie van Jeff Wall interessant wordt. Het virtuele is bepaald en daarmee onderdeel van de realiteit geworden. Zo kan dit ook met de termen fictief en non-fictief. Het fictieve is bepaald en daarmee non-fictief geworden.
Betreffende de cliché binnen de schilderkunst waar het doek zich al mee vult alvorens met schilderen te beginnen licht daar binnen de fotografie een andere maatstaf aan ten grondslag. Ook al heeft de schilderkunst een lange geschiedenis het is op geen manier te vergelijken met de immense hoeveelheid fotografie waardoor wij omringd worden vandaag de dag. Al deze beelden komen aan de fotograaf voorbij alvorens hij zijn foto ook maar in gedachten neemt. Dit inclusief de clichés die uit de schilderkunst voortkomen. De strijd om binnen de fotografie los te komen van het cliché heeft daardoor ook een andere intensiteit als in de schilderkunst. Het kunstje van het omvormen van het figuratieve om een nieuwe figuratie te recreëren en daarmee niet iets te laten lijken op maar iets nieuws te creëren gaat voor fotografie niet op. Dit is een van de uitdagingen en manieren binnen de schilderkunst om aan het cliché te ontsnappen. Binnen de fotografie kan ook door middel van het spel met het figuratieve los gekomen worden van het cliché. En wel door de wat ik hierboven al heb beschreven: het figuratieve binnen de fotografie dat puur blijft vanuit de origine van de objecten komt tot het tastbare der objecten en daarmee het gevoel van waarheid. Dit gevoel van waarheid kan een uniciteit geven aan ieder beeld want iedereen gelooft wederom in zijn eigen waarheden en raakt hiermee een universum van herkenning binnen de eigen wereld aan. Eigen ervaringen, momenten, gevoelens, sferen enz. Deze aanrakingen kunnen binnen de fotografie realistischer zijn (gevoel van waarheid) en daarmee dichter bij de beschouwer staan dan binnen de schilderkunst waar het figuratieve dusdanig subjectief kan worden dat het de herkenning in de weg staat.
Oftewel, the act of photography is always shifting, it is constantly oscillating between a beforehand and a afterward: the feeling of truth inside the figurative.... Everything is already inside the camera, and in the photographer himself, before the photography begins. Hence the work of the photographer is shifted back and only comes later, afterward: through reality, out of which the Figure wille emerge into the feeling of truth....
Charlotte
< 1 >
Het blijft me zo vaak in de weg zitten die zwarte, zware, met techniek beladen, camera. Met al zijn knopjes en instellingen. Al die kille techniek om de wereld vast te leggen. Het is vaak een barrière tussen de wereld en mijn gevoel over die wereld. Maar soms gaat het vanzelf. Zoals hier, met Charlotte. Dan klopt opeens alles, de techniek verdwijnt en onze vriendschap, lol en haar schoonheid weet de oversteek te halen, zo op de ccd- chip, dwars door de vertaling van de image-processor naar een wereld van 1-en en 0-en.
Koudelka
< 1 >
Ergens op het web vond ik een foto van een zwarte hond in de sneeuw. En zo begon mijn interesse in het werk van Josef Koudelka. Het grafische maar ook het documentaire en later weer het grafische in zijn panorama's. Een beeldende kracht die mij niet ongeroerd laat. Terwijl ik al zijn werk aan het consumeren was kwam ik zomaar ergens een zwarte hond tegen en maakte ik zomaar deze foto. Geïnspireerd door Koudelka met een klein beetje het gevoel van een Koudelka. Tenminste, voor mij dan :)









