StadsGezichten, portretten van portretfotograaf Frank Penders, architectuurfotografie van Rotterdam, portret fotograaf

Geveltoerist

Door een plafond heen gevallen? Ja. Door een plafond. Kijk, als ze tegen mij zeiden dat ik ergens niet in kwam, zat ik er ‘s nachts binnen. Niet voor het geld ofzo, maar gewoon voor de spanning. Deze keer was ik bij de Total op de ‘s Gravelandseweg via een dakkie naar binnen geklommen en door het systeemplafond weer naar beneden.

In die tijd dronk ik nog en daar stond een krat bier. Ja, dus ik nam er één of twee terwijl ik daar op dat kratje zat. Ik zette die flessies netjes terug en klom weer omhoog. Ik loop op een balk boven dat plafond en voor ik het weet, verlies ik mijn evenwicht en…KRAK, val ik dwars door die plafondtegels naar beneden op datzelfde kistje bier.

Ik had pijn, man, ik lag helemaal dood te gaan. Gelukkig liet iemand zijn hond uit en hoorde die herrie. Die ziet mij vallen en waarschuwt de politie. Nou, die heeft me er uitgehaald. Ook weer via hetzelfde plafond naar boven, want ze konden er niet naar binnen. Over het dakkie op zo’n brancard, laten zakken en zo de ziekenwagen in. Had ik een gescheurde long en was ik gelijk ingerekend.

StadsGezichten

Zo onverwoestbaar als de stad is, zo kwetsbaar zijn de mensen. Het is de combinatie, tussen de strakke foto’s van de stad en de intieme, integere foto’s van de mensen, die verbindt. De plekken krijgen een emotie, de emoties een plek.

In samenwerking met GGD Rijnmond heeft Laurens Aesopus een verpleegafdeling voor voormailig dak- en thuislozen geopend. Het turbulente leven dat veel van deze bewoners hadden is sterk verbonden aan de stad Rotterdam. Dit zijn de mensen die in, van, met en door deze stad hebben geleefd.
Ondanks dat deze bewoners nu een veilig dak boven hun hoofd hebben, leven zijn nog deels in het verleden waar de herinneringen hen aan het heden verbindt.
Met het project StadsGezichten heb ik de mensen en de plekken in de stad uit hun herinneringen gefotografeerd. Samen met de foto’s zijn ook de verhalen bij de plekken opgeschreven en geëxposeerd.

Het project is aangekocht en gearchiveerd door Stadsarchief Rotterdam

Meisje

Er komt een meisje met haar fiets de Millinxstraat in. Ik zit daar op een bankje. Ze zet haar fiets tegen een lantarenpaal op slot en ze gaat naar boven. Alleen maar Anitllianen in die pand hè, mensen, heen en weer, heen en weer. Ze gaat drugs halen.

Ik zie twee dagen lang die fiets daar staan. Ik denk: “Waar is die baas dan? Waar is die meisje?”. Ik ben naar de politie gegaan en heb het ze verteld: “…die fiets staat daar en waar is die meisje dan?”. De politie kwam en is het huis ingegaan.

Niemand was daar, maar die meisje was dood. Mooie meisje was het. Haar familie zeker weten gaat spijt krijgen. Hoe ga je als blanke meisje, mooie meisje, daar wat zoeken dan?

“Zolang ik niet ervaar dat het echt is, is het voor mij altijd nep.”

“Het eerste schot was een schampschot en die voelde ik niet. Dus ik liep verder naar hem toe om het af te maken maar ja, hij heeft het afgemaakt door die tweede in mijn kaak te schieten.”

“Die voelde ik wel.”

Alles

En na die periode ben je weer in Rotterdam terecht gekomen? Want je bent in
Rotterdam getrouwd?
Ja. En ik heb een huis gehad. Ik heb alles gehad en ik ben alles kwijtgeraakt. Ik was mooi en moet je me nu eens zien. Ik heb alleen nooit gezworven. Dat is me bespaard gebleven.

Van Keet tot Keileweg

[Hij valt even stil]

Ik heb geen zin meer om een verhaal te maken. Puntje bij paaltje was de relatie zo kut, klote, dat ze voor me werkte, met drie meiden erbij. Op de Keileweg en G.J. de Jonghweg.

En nu?

Mevrouw gebruikt nu nog, of weer. Wat is ze aan het doen dan? Ze ziet er niet uit. Ze is nog niet eens waardig om aan te kijken. Echt. Dat doet niks met me. Die tijd heb ik gehad. Ik heb me lang genoeg schuldig gevoeld. Als je je schuldig gaat voelen, sta je stil. Het enige wat je doet is je eigen kwellen. Veranderen doet er helemaal niets aan. Dan moet je weer die kant op gaan, maar dan anders. Van de andere kant dingen benaderen.

Je wordt mild naar jezelf toe.

Bedankt voor je verhaal.

“Ja, jij ook bedankt, voor het laten zien van die lelijke foto! Je mag ‘m wel aan de muur spijkeren, maar ik zal ‘m nooit op mijn kamer hangen..”

Van olifanten en wat een mens eigenlijk nodig heeft om zich mens te voelen

Het zijn de gelukkigste momenten in mijn leven en dan kon ik naar de Schieweg, dan kon ik naar mijn vriendin. Stond ik in de keuken al te zingen. Dan pleurde ze me onder de douche, want zo’n hele dag in het park lopen sjouwen, dan zie je er niet uit. Dan zit het stof van de halve verkeersweg achter je oren.

En dan zag ze aan me bekkie dat er wat moois was gebeurd. Dan zat ze met opgetrokken pootjes te genieten en ik had een kop als een weggooiflessie. Perfect. Dan kon ik er gewoon weer weken tegenaan. Dat zijn van die momenten, die heb ik blijkbaar nodig.